HR5 werknemers loket Loket.nl NMBRS
HR5 werkgevers loket Loket.nl NMBRS
HR5 Expertise centrum
HR5 verzuim loket Dotweb Cloud

HR5 Nieuws

Nieuws overzicht Nieuws archief

Wijziging looptijd contract, werknemer geen recht op WW?

Partijen maken – lopende het derde contract voor bepaalde tijd – nieuwe afspraken over de looptijd. UWV oordeelt dat sprake is van een vierde tijdelijk contract dat is geconverteerd in een contract voor onbepaalde tijd en weigert op grond daarvan de WW-uitkering van de werknemer. De werknemer vordert doorbetaling van loon. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een toegestane wijziging van een bestaande overeenkomst en wijst de vordering af.

 

 

 

De zaak

 

Werknemer is per 11 januari 2012 tijdelijk bij de werkgever in dienst getreden tot 1 juli 2012. Op 11 juli 2012 is een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 10 januari 2013 overeengekomen. Van 10 januari 2013 tot 1 juli 2013 is een derde tijdelijk contract afgesloten.

 

In juni 2013 hebben werkgever en werknemer in onderling overleg de looptijd van het derde contract verlengd van zes naar elf maanden; tot 1 december 2013. Na 1 december 2013 heeft de werknemer niet meer voor de werkgever gewerkt en heeft zij ook geen salaris meer ontvangen.

 

De werknemer heeft een WW-uitkering aangevraagd, die is haar geweigerd. UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat de verlenging van de looptijd van het derde contract, in feite een vierde tijdelijke arbeidsovereenkomst is, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

 

De werknemer vordert nu loondoorbetaling van de werkgever.

 

 

De kantonrechter

 

In lijn met de uitspraak van het Hof Arnhem op 26 juli 2011 (ECLI:NL:GHARN:2011:BR6498) is de rechter van oordeel dat in arbeidsovereenkomsten – zowel in vaste- als in tijdelijke contracten - met wederzijds goedvinden nadere afspraken gemaakt mogen worden. De rechter oordeelt dat dit in principe ook geldt voor nadere afspraken over de duur van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dit mag niet ongelimiteerd en de nadere afspraken zullen steeds redelijk en billijk moeten zijn.

 

In deze zaak zijn partijen éénmaal een wijziging van de looptijd overeengekomen. Er zijn geen aanwijzingen dat de werkgever misbruik van de situatie heeft willen maken; de reden van het verlengen van het contract – een onverwachte grote nieuwe opdracht – is zeer plausibel.

 

De rechter oordeelt in deze zaak dan ook dat geen sprake is van een vierde contract voor bepaalde tijd, maar van een wijziging in de bestaande derde arbeidsovereenkomst. Van een conversie in een contract voor onbepaalde tijd is daarom geen sprake. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen.

 

Kantonrechter Leeuwarden, 21 februari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:1252

 

 

In de praktijk

 

In artikel 7:668a BW staat de ketenregeling. Die houdt in dat een werkgever maximaal drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten achter elkaar met een werknemer mag sluiten. Een eventueel vierde contract voor bepaalde tijd wordt automatisch geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voorwaarde is wel dat tussen de elkaar opvolgende tijdelijke contracten telkens niet meer dan drie maanden ligt.

 

Ook als de werkgever met dezelfde werknemer elkaar opvolgende tijdelijke arbeidscontracten sluit met een tussenpoze van niet meer dan drie maanden, die tezamen een tijdvak van méér dan 36 maanden beslaan, wordt na het verstrijken van de 36e maand het laatste tijdelijke arbeidscontract binnen de reeks vanzelf omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

 

Let op!De ketenregeling zal – met de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid – per 1 juli 2015 gewijzigd worden; de totale duur van tijdelijke contracten wordt dan gelimiteerd tot 24 maanden en de tussenpoze wordt verlengd tot zes maanden.

 

Opmerkelijk is in deze zaak dat partijen kennelijk geen enkele discussie hadden over het feit dat de arbeidsovereenkomst per 1 december 2013 van rechtswege is geëindigd. Pas toen de werknemer een WW-uitkering bij UWV ging aanvragen en die werd geweigerd omdat UWV meende dat de werknemer een vierde tijdelijk contract was aangegaan, heeft de werknemer zich op het standpunt gesteld dat zij nog recht had op uitbetaling van haar loon na 1 december 2013 omdat sprake zou zijn van conversie in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De lering die hieruit getrokken kan worden is dat wederzijds vertrouwen in sommige gevallen onvoldoende is. In deze zaak waren de werkgever en de werknemer immers beide in de veronderstelling dat de aanpassingen in het derde contract geen verdere consequenties zou hebben. Toch is de werknemer in dit geval door UWV gedwongen tegen haar voormalige werkgever te procederen, simpelweg omdat zij geen WW ontvangt en dus geen inkomsten heeft.

 

 

Bron: XpertHR

Neem contact op of meld een klacht

Wij staan voor u klaar!

Uden: 088 - 5500 600 | Info@hr5.nl

Klacht melden

HR5 algemeen
HR5 Arbo & verzuimmanagement

Bel mij terug

Verstuur nummer

Stel een vraag

Verstuur vraag

Deel op:

Naar boven