HR5 werknemers loket Loket.nl NMBRS
HR5 werkgevers loket Loket.nl NMBRS
HR5 Expertise centrum
HR5 verzuim loket Dotweb Cloud

HR5 Expertise centrum

HR werkdocumenten

HR bronnen

HR beheer

Terug naar begin

Artikel 7:672 BW  

1.

Opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, tenzij bij schriftelijke overeenkomst of door het gebruik een andere dag daarvoor is aangewezen.  

 

2.

De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een dienstbetrekking die op de dag van opzegging:

a) korter dan vijf jaar heeft geduurd; één maand.

b) vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd; twee maanden.

c) tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd; drie maanden.

d) Vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.  

 

3.

De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt één maand.  

 

4.

De dor de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging wordt verkort met de duur van de periode gelegen tussen de datum waarop het volledige verzoek om toestemming, bedoeld in artikel 671a, lid 4, is ontvangen en de dagtekening van de beslissing op het verzoek, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging tenminste één maand bedraagt.  

 

5.

De termijn, bedoeld in lid 2, kan slechts worden verkort bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan. De termijn kan schriftelijk worden verlengd.  

 

6.

Van de termijn, bedoeld in lid 3, kan schriftelijk worden afgeweken. De termijn van opzegging voor de werknemer mag bij verlenging niet langer zijn dan zes maanden en voor de werkgever niet korter dan het dubbele van die voor de werknemer.  

 

7.

Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, mag de termijn van opzegging, bedoeld in lid 6, tweede volzin, vor de werkgever worden verkort, mits de termijn niet korter is dan die voor de werknemer. 

8.

Voor de toepassing van lid 2 worden arbeidsovereenkomsten geacht eenzelfde niet onderbroken arbeisdovereenkoms te vormen in geval van herstel van de arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 682 of artikel 683. 

 

9.

De partij die opzegt tegen een eerdere dag dan tussen partijen geldt, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk an het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. 


10.

De kantnorechter kan de vergoeding, bedoeld in het negende lid, matigen indien hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt, met dien verstande dat de vergoeding niet inder kan bedragen dan het in geld vastgestelde loon over de opzegtermijn, bedoeld in lid 2, noch minder dan het in geld vastgestelde loon voor drie maanden. 

 

Terug

Deel op:

Naar boven